Ser vs estar, por vs para en alle vormen van este/ese/aquel overzichtelijk bij elkaar.
Open → A2Twee werkwoorden voor "zijn". Kies de juiste vorm (es/está) en lees waarom: blijvend of tijdelijk?
Start → A2–B1Allebei "voor", maar niet hetzelfde. Kies por of para — doel, oorzaak, bestemming, ruil of duur.
Start → A2Aanwijzende voornaamwoorden op afstand én geslacht/getal: este/esta/estos/estas, ese…, aquel…
Start →